|
|
Wat is transponeren?
Stel: Je speelt altsaxofoon en je wilt samenspelen met je buurmeisje
Als een dwarsfluitist een C ziet staan en die speelt, dan klinkt er
1 - de juiste voortekens noteren.
Hoe we dat precies gaan doen leren we hieronder.
T I P ! |
|
Hoe kom ik erachter of mijn instrument een transponerend instrument is?
Speel een C op jouw instrument en vergelijk de toonhoogte die je hoort
Als de noot die op jouw instrument C heette op de piano een Es is,
Kom je er op deze manier toch nog niet achter, vraag het dan aan
Als je weet naar welke toonsoort je transponeren moet, dan mag je |
|
een Bes-instrument (Si bemol) (bijv. bes-klarinet, trompet of tenorsaxofoon) een Es-instrument (Mi bemol) (bijv. altsaxofoon of baritonsaxofoon) een F-instrument (Fa) (bijv. f-hoorn of althobo) een A-instrument (La) (bijv. a-klarinet) |
Stap 1 - Voortekens Stel je voor dat we het volgende melodietje samen willen gaan spelen met een viool, dan zullen we het eerst moeten aanpassen voor ons es-instrument. Pak dus een vel muziekpapier, een potlood en een gum, dan gaan we beginnen.
(Voor 't geval je geen muziekpapier hebt: onderaan deze pagina vind je ![]() Je ziet dat er tussen de G-sleutel en de maataanduiding een mol staat. Die kun je niet zomaar overschrijven, want omdat wij in een andere toonsoort gaan spelen gebruiken we ook andere kruizen en mollen. Dat wordt dus de eerste vraag die we ons moeten stellen: Welke voortekens hebben wij nodig? In het geval van 1 mol is dat 2 kruizen; een fis en een cis. Op je vel muziekpapier kun je nu dus de G-sleutel schrijven, daar- achter de fis en de cis, en daarachter de maataanduiding. Dat brengt ons tot het volgende resultaat: ![]() Hoe weet je nu welke kruizen of mollen je moet schrijven aan het begin van de notenbalk? Daarvoor kijk je op de tabel hieronder. Zoek in de linkerhelft de kruizen of mollen zoals ze staan in de muziek die je transponeren wilt, dan zie je daarachter staan welke voortekens je nodig hebt voor een es-instrument. |
|
voor Es-instrumenten
![]() Schrijf drie kruizen: een fis, een cis en een gis.
![]() Schrijf twee kruizen: een fis en een cis.
![]() Schrijf een kruis: een fis.
![]() Dan hoef je voor jouw instrument geen voortekens te gebruiken.
![]() Schrijf een mol: een bes.
![]() Schrijf twee mollen: bes en es.
![]() Schrijf drie mollen: bes, es, as.
![]() Schrijf vier mollen: bes, es, as, des.
![]() Schrijf vier kruizen: fis, cis, gis, dis.
![]() Schrijf vijf kruizen: fis, cis, gis, dis, ais.
![]() Schrijf zes kruizen: fis, cis, gis, dis, ais, eis.
![]() Schrijf zeven kruizen: fis, cis, gis, dis, ais, eis, bis. |
|
Stap 2 - Noten overschrijven. We hebben nu dus de sleutel, de voortekens en de maataanduiding op ons papier staan. Dan komen we nu aan de tweede stap: het invullen van de noten.
Als een Es-instrument een C speelt, dan klinkt er in werkelijkheid geen C,
Als je nu bedenkt dat er een Es klinkt als je een C speelt, wat zou je dan
nooit ofte nimmer de toevallige kruizen, mollen of herstellingstekens die tussen de noten in staan ! ! ! Misschien denk je: Maar dan klopt het straks toch niet? Nee, dat is ook zo, maar dat lossen we later op. Eerst overschrijven nu, alles twee tonen lager, dus de D wordt een B, de E wordt een Cis (dat gaat vanzelf omdat er een kruis aan de sleutel staat), de F wordt een D, en zo gaan we maar verder: alles schuiven we twee plaatsje omlaag: ![]() ![]() En dit is hoe het er dan uit komt te zien. |
|
Stap 3 - Toevallige voortekens invullen. ![]() ![]() Als we nu bovenstaande muziekstukjes met elkaar vergelijken zien we natuurlijk meteen dat de derde maat zo nog niet klaar is. In de oorspronkelijke muziek staan daar een herstellingsteken en een kruis, wat doen we daarmee in onze overgeschreven muziek? Gewoon overschrijven? Dus OOK een herstellingsteken en een kruis? In geen geval! Het zou trouwens ook nergens op slaan, want kijk maar, dan zouden we een herstellingsteken voor de G zetten, maar die is in de voorgaande maten toch nergens verhoogd of verlaagd? Dat herstellingsteken zou dan toch geen enkele betekenis hebben? Als we transponeren vergeten we eventjes de woorden: 'Kruis', 'Mol' en 'Herstellingsteken'. Daarvoor in de plaats kijken we wat ze precies DOEN met de noten, en daarna besluiten we of we ze 'Verhogingsteken' of 'Verlagingsteken' noemen.
Een kruis VERHOOGT, dus noemen we dat een 'Verhogingsteken'.
Kijk nu nogmaals naar ons notenvoorbeeld:. ![]() Voor de Bes in de derde maat staat een herstellingsteken. Wat doet dat herstellingsteken? Het herstelt de Bes, het maakt er een B van, het VERHOOGT dus de noot. Het is een verhogingsteken. Dan moeten we in onze overgeschreven muziek ook een verhogingsteken zetten voor de G. Wat een is een verhogingsteken voor een G? Juist, een kruis!
Voor de C in de noot daarna staat een kruis. Een verhogingsteken. ![]() En hiermee is de getransponeerde partij klaar, en kun je het gaan samenspelen. Op deze zelfde manier kun je alle muziek transponeren.
Er blijft echter nog één probleempje over waar we het nog niet over
Margriet Verbeek
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
