Welkom op Margriets site!
Klik hier om een overzicht van deze site te vinden.
 
 

 
KERST IN HET GROENE HUIS
 
'Kerst in het Groene Huis' gaat over de Delftse student Wouter
die denkt de Kerstdagen alleen door te zullen brengen, maar het
loopt anders...
 
Bestreader? (niet zozeer 'seller')
'Kerst in het Groene Huis' is geschreven in november 2008.
In november 2009 is het verhaal meer dan 14000 keer opgevraagd.
Reden om door te gaan met verhalen schrijven...
 
Printen
Voor wie 'Kerst in het Groene Huis' wil printen: klik op de letters PDF.
De bladen zijn in A4 getypt en kunnen zo het best geprint worden.
 
Indien de PDF het niet doet:
Ga met de muis op de link staan, klik dan met de rechtermuisknop
en kies 'Koppeling opslaan als' uit het keuzemenuutje. Sla de PDF
op in een map of op je bureaublad. Daarna kun je die PDF openen
in Acrobat Reader.
   Lukt dit ook niet, download dan de nieuwere versie van de
Adobe Reader (Gratis).
 
Downloaden voor een e-bookreader
Wil je dit verhaal op je e-bookreader lezen, ga dan naar de
pagina met gratis e-books.
 
Boek
Sommige personen uit 'Kerst in het Groene Huis' komen ook voor in
het boek: 'De Verlorenen'.
 
Margriet Verbeek
 

 
Kerst in Het Groene Huis

Een Kerstverhaal - auteur: Margriet Verbeek
 
 
25 november
Verward bleef hij staan op de stoeprand van het verkeersplein voor het station.
Trams reden af en aan, voetgangers haastten zich met uitpuilende tassen door
de striemende regen. Fietsers reden kromgebogen onder kleine parapluutjes en
nergens, nergens was een droog plekje te vinden, een schuilplaats.
Twee mensen duwden hem opzij, holden naar de verlichte deur van de kopieer-
winkel en gingen daar naar binnen.
Wouter keek hen jaloers na.
Ook daarheen gaan? Nee, hij had daar niets te zoeken, hij zou er weggestuurd
worden.
Aarzelend deed hij toch een paar stappen in de richting van het warme licht,
stootte toen zijn arm pijnlijk tegen een roestige leuning in de muur. Verbaasd
keek hij omhoog.
Een smalle, stenen trap. Wat zou daar boven zijn? Zou daar misschien...?
Hij klom omhoog en kwam uit op een stoeptegelplaatsje boven het rumoer van
het verkeer. Een stil plekje tegen een oude stadsmuur gebouwd.
Er staken kale takken boven de muur uit. Zou hierachter een tuin zijn? Een
parkje misschien? In de muur zag hij een verweerde, houten poort. Hij voelde
aan de klink. Op slot. Wouter liet zich zakken op de hoge, grijze drempel, met
zijn rug tegen de oude deur. De regen striemde nog steeds neer in schuine
stralen, maar dicht tegen de deur aan zat je droog en was je bijna onzichtbaar
voor de mensen beneden.
 
 
 

 

- 2 -

Even uitblazen.
Hij ontspande zich hoewel hij het koud had. 't Was veilig hier, voor zover dat
tenminste mogelijk was midden in Delft.
Wat rustiger om zich heen kijkend zag hij nu dat hij niet de enige was die hier
weleens kwam. Er lagen bierblikjes tegen de muur, een plastic bekertje waar
een slak langzaam naar binnen kroop, en een paar natgeregende bladzijden uit
een tijdschrift of een reklamekrantje.
Op de stenen dorpel waar hij zat, lagen in de hoek twee mooie, platte kiezel-
stenen, als de achtergelaten schat van een kind.
Wouter pakte de stenen.
Rustig nu, zei hij tegen zichzelf. Verstandig zijn. Nadenken.
Aan de ene kant was hij nu alles kwijt; zijn kamer, al zijn spullen, Tirra, de
grijze poes, zijn plaatsje op de universiteit, en... zijn vader...
'Ik wil je nooit meer zien!' had zijn vader geschreeuwd. 'Jij, waardeloos stuk
verdriet! Je bent mijn zoon niet meer.'
Wouter huiverde.
Maar er was ook een andere kant: hij was nu vrij.
Hij kon doen wat hij wilde. Liften naar een warm land, daar een baantje vinden
misschien, heel de wereld rondtrekken.
Weer rilde hij. Was het hier maar niet zo koud! Was hij maar niet zo nat.
Rustig, rustig. Eerst verder denken.
Hij trok zijn knieën hoog op. Zo in elkaar gedoken leek het een klein beetje
warmer te zijn. Hij koesterde de twee stenen in zijn beide handen.
Om in een warm land te komen zou hij misschien met een vrachtwagen mee
kunnen rijden. Maar hoe regel je zoiets? Hoe...
Wouter knipperde met zijn ogen, schudde in verwarring zijn hoofd.
Wat gebeurde er? Waarom was er ineens die waas voor zijn gezicht? Kwam
dat van de kou?
 
 
 

 

- 3 -

Alles leek te bewegen, hij zou toch niet flauw vallen?
Hij boog zich voorover, kneep zijn ogen dicht en haalde diep adem.
En nog een keer.
Warmte in zijn nek. Als van de zon.
Vogelgefluit en een ander geluid.
Zingen.
Hij ging rechtop zitten en opende zijn ogen.
Met ogen vol ongelovige verbazing keek hij om zich heen.
Een sprookjesachtig mooi landschap in stralende zonneschijn. Overal bloemen.
In de verte een flonkerende stad. Waar zou die glinstering vandaan komen?
Was het een stad van diamant?
Vlakbij hem dansten kinderen. Nee, geen kinderen, een soort elfjes waren het,
met fel gekleurde vleugels.
Hij droomde natuurlijk.
Wouter ontspande zich. Lachte. Wat een schitterend visioen was dit!
Het verbaasde hem niet toen er vanachter een rotsblok, net iets boven hem,
een al wat oudere vrouw naar hem toe kwam. Haar loshangende lange haar
- bruin en grijs - wapperde in de wind. Haar wijde blauwe mantel met de bont-
gekleurde rand speelde rond haar benen terwijl ze handig naar hem toe
klauterde en naast hem kwam zitten.
Ze glimlachte naar hem.
Wouter lachte aarzelend terug. Een beetje verlegen.
De vrouw stak haar hand uit en stelde zich voor. Faye Groenedijk.
'Ik ben Wouter Bark.' zei hij, en er onzeker achteraan: 'Wat is het hier mooi!'
Faye lachte en vroeg of hij hier al vaker geweest was.
'Nee... nee, nog nooit!'
Gebeurde dit echt? Natuurlijk niet, hij droomde. Dit besef maakte dat hij zich
vrijer ging voelen en haar beter aan durfde kijken.
 
 
 

 

- 4 -

'Het is hier zo heerlijk warm!' zei hij. 'Toen ik nog wakker was, had ik het koud.'
'Slaap je nu dan?' vroeg Faye.
'Dat moet toch wel?'
Ze keek hem vriendelijk aan, maar gaf geen antwoord.
'Wat zijn dat voor elfjes?'
'Dat zijn engelvlinders. Ze vieren hier vandaag hun feestdag. Meestal zie je er
niet zoveel tegelijk. Zes van hen komen uit Wiadan, de anderen komen van
verder weg.'
'Wiadan?'
'Dat is de stad die je daar ziet liggen.'
'Is die stad van diamanten gebouwd?'
Weer lachte Faye. 'Dat lijkt wel zo hè? Maar zo is het niet. Het zijn de glazen
koepels op de huizen die je zo ziet glinsteren. Als het minder zonnig is ziet het
er veel gewoner uit. Maar nu is het prachtig! Hoewel je er zonder zonnebril
haast niet naar kijken kunt.'
'Ik vind het zingen van die engelvlinders zo leuk. Wat voor taal zingen ze?'
'Het is geen echte taal. De woorden betekenen niets. Dit is hun volkslied.'
'Hun volkslied? En de woorden betekenen niets?'
'Ieder geeft er een eigen betekenis aan. Dat vinden ze mooi.'
Faye Groenedijk ging rechtop staan. Ze deed haar beide handen als een grote
schelp voor haar mond, en riep: 'Fio! Fio!'
Eén van de engelvlinders keerde zich om en kwam naar haar toe zweven.
 
In een duizeling schudde Wouter zijn hoofd. Alles bewoog.
Hij had het koud en was nat.
Hij rilde. Keek om zich heen.
Het stationsgebouw van Delft.
Natuurlijk, hoe kon het ook anders?
 
 
 

 

- 5 -

Jammer om nu wakker geworden te zijn.
Even bleef hij nog stil zitten. De stenen in zijn handen waren warm geworden
van zijn lichaamstemperatuur. Wouter legde ze terug in het hoekje van de
deurpost. Het kind dat ze daar neergelegd had, zou later misschien terugkomen.
Uit zijn mouw viel een stukje karton.
Wouter bekeek het.
Een donkerblauw visitekaartje met daarop in witte letters:
          Het Groene Huis
          F. Groenedijk
en daaronder het adres en een telefoonnummer.
Zijn mond zakte open. Had hij dat uit zijn droom meegenomen?
Was dat die Faye Groenedijk die hij gesproken had? Met die engelvlinders?
Wouter grinnikte. Ja, dat vooral! Engelvlinders! Hier in Delft!
Hoe kon dit?
Misschien had dat kaartje hier al gelegen en had hij het onbewust gelezen toen
hij de stenen pakte, en daar was dan natuurlijk dat bijzondere visioen uit voort-
gekomen.
Wouter aarzelde, deed toen toch het kaartje in zijn jaszak.
Hij stond op. Hij wist nu wat hij doen moest.
Teruggaan naar zijn kamer. Heel gewoon. Heel volwassen.
En excuses aanbieden aan zijn huisbaas. Beloven dat hij de achterstallige huur
vóór volgende maand betalen zou. Hij zou een baantje zoeken. Wat dan ook,
schoonmaken, putjes scheppen of vuilnis ophalen of zo. Werk wat niemand
anders zou willen doen. Of zouden zulke baantjes evenmin te vinden zijn?
En zijn studie? Misschien hetzelfde. Doorgaan. Proberen tenminste.
Zijn vader zou hij voorlopig nog maar even met rust laten. Eerst maar eens
kijken hoe het zou gaan.
Zou hij ergens geld kunnen lenen?
 
 
 

 

- 6 -

Nee! Niet doen. Gewoon genoegen nemen met niets, de eerste tijd.
Eerst de ellende herstellen, daarna beter verder.
Wouter stond op. Huiverend van de natte kou, en toch van binnen warm bij de
herinnering aan die wonderlijke mevrouw Groenedijk met haar engelvlinders.
'Haat je vader je? Nee, dat klopt niet met wat je zegt. Hij is bezorgd om je, hij
wil blijkbaar vasthouden aan de hoge dunk die hij van je heeft, dus is hij door
de teleurstelling nu erg kwaad, maar als hij je zou haten, zou hij inplaats van
kwaad te zijn, leedvermaak hebben.'
 
 
25 december
Je kan jezelf nog zo wijsmaken dat de ene dag gelijk is aan de andere, en dat
Kerst voor het grootste deel niet anders is dan een commercieel verzinsel van
de winkeliers, toch voelde het eenzaam, om juist deze dag alleen te zijn.
Wouter hield het niet uit in het kleine kamertje dat hij nu huurde. Het was de
helft goedkoper dan het vorige, maar zo piepklein dat hij, als hij in het midden
van z'n kamer zat, hij zonder op te staan alle muren met zijn handen raken
kon.
Nou ja, een pietsie overdreven was dat wel, er paste tenslotte ook een bed in.
't Was natuurlijk fijn dat z'n huurschuld afbetaald was. En nog meer dat hij een
herkansing kreeg voor z'n studie. Dat kostte hem wel een jaar, maar goed, als
hij dit jaar besteedde aan geld verdienen om zijn schulden af te lossen, en om
de studie voor te bereiden voor volgend jaar, dan kon het best lukken allemaal.
De schulden die hij bij Bertus gemaakt had, waren nog niet afbetaald, maar dat
zou ook vast in orde komen als hij deze spartaanse manier van leven nog een
poosje vol kon houden. En Bertus kon hoog of laag springen, naar de gokhal
ging hij niet meer.
Wouter deed zijn jack aan en ging naar buiten. Alles beter dan hier te zitten
 
 
 

 

- 7 -

beschimmelen. Hij had alleen bruin brood in huis, en eieren. Verder niets. Had hij
niet op z'n minst zelf wat lekkers kunnen maken? Koken was immers zijn
hobby! Maar dat was achterafpraat, daar had hij nu niets meer aan.
Slenterend door de feestelijk versierde straten knapte hij toch een beetje op.
Het was een grauwe dag vandaag, maar dat had als voordeel dat de lichtjes in
de stad extra helder flonkerden.
Zou hij ergens gaan zitten om iets te drinken? 't Was toch Kerst vandaag!
Hij voelde in zijn jaszak in de vage hoop daar een paar vergeten euro's te
vinden.
Niets. Alleen zijn mobieltje en een kartonnetje.
Hij nam het kaartje uit zijn zak en las het.
'Het Groene Huis'. Och ja, dat was dat kaartje dat hij toen gevonden had. Had
hij dat werkelijk al die tijd in zijn jaszak bewaard?
Hij dacht terug aan de droom, en hoe hij daardoor ineens geweten had wat hij
moest doen.
Zou die mevrouw Groenedijk echt bestaan?
Als hij eens naar dat adres ging?
Hij kende die buurt wel, wist waar die straat was.
Alleen even kijken. Zomaar, om een doel voor z'n wandeling te hebben.
Wouter liep naar het station. Stak het plein over, ging rechtsaf naar het fiets-
tunneltje.
Er klonk muziek. Nieuwsgierig keek Wouter op. Waar kwam dat geluid van-
daan? Twee mensen, een man en een vrouw, zaten een flink eind uit elkaar
op de grond. Daklozen, dacht Wouter.
Vooraan zat een zwarte vrouw met een baby op de arm, op een grof geweven
kleedje. Daarop stonden korte, dikke kaarsen. Rood, wit, oranje en oker. Een
kaartje vermeldde: 'Eén euro per stuk'. Er stond een schaaltje bij met wat
kleingeld erin. Spreken deed ze niet, ze keek alleen alle voorbijgangers smekend
 
 
 

 

- 8 -

aan en wiegde haar kind.
Die baby! In december buiten! Wouter voelde nogmaals in zijn zak, maar be-
halve het kaartje en zijn mobieltje zat er niets in. Hij voelde zich een beetje
schuldig toen hij doorliep.
Links van de trap naar het treinperron zat een man met een Oosters uiterlijk in
lotushouding achter een onbekend snaarinstrument. Wouter bleef even kijken.
De Oosterse klanken klonken hem vreemd in de oren. Heel wat anders dan
kerstliedjes! De man sloeg razendsnel met vreemdgevormde trommelstokjes
tegen de snaren, die diagonaal door elkaar gevlochten leken te zijn. Wat was
dat voor ding? Wat kon die man dat goed!
Het foudraal van het instrument stond uitnodigend open. Er glinsterden wat
munten in. Weer speet het Wouter geen geld in zijn zakken te hebben.
Hij knikte de man toe en liep verder.
Het tunneltje uitgekomen liep Wouter de woonwijk in. Hij wist de straat snel te
vinden en telde tot hij bij huis nummer dertien stond.
Hij stond stil. Voelde zich nu toch lichtelijk belachelijk. Wat verwachtte hij nu?
Dat er engelvlinders naar buiten zouden vliegen?
Hij gluurde door het raam.
Daarbinnen zat iemand aan tafel. Een al wat oudere vrouw.
Ze had loshangend, lang, bruin haar met grijze slierten bij de slapen.
Was dit echt dezelfde mevrouw Groenedijk als die uit zijn droom?
Ze draaide haar hoofd, alsof ze iets hoorde in de achtertuin. Wouter zag haar
gezicht. Huilde ze? Wat was er met haar ene arm? Had ze daar iets in vast?
Een kussensloop? Nee, het was een mitella.
Hij zag hoe ze moeizaam opstond. Je kon aan haar houding zien dat ze pijn
had. Toen, in een opwelling, liep hij naar de deur en belde aan.
Zijn hart bonkte. Wat zei hij straks, als ze opendeed? 'Mevrouw, ik heb een
poosje geleden van u gedroomd, dus dacht ik: kom, laat ik die vrouw eens een
 
 
 

 

- 9 -

bezoekje brengen.'?
Ze zou gelijk de politie bellen. Of erger.
De deur zwaaide open.
Wouter keek de vrouw aan en begon gelijk te praten: 'Neem me niet kwalijk dat
ik zomaar aanbel, mevrouw, maar ik zag u voor het raam staan en ik dacht dat
u misschien hulp nodig had, en...' zijn stem viel weg.
Hij kuchte en voelde zich opgelaten. Dit was belachelijk.
Maar het gezicht van de vrouw lichtte op. Ze lachte.
'Wat mooi van je, om daar voor aan te bellen! Maar er is niets ernstigs aan de
hand, ik heb alleen mijn arm gekneusd. Eergisteren. Nogal erg, dat wel, ik ben
ermee naar de polikliniek geweest, een hele toestand was dat. En daarnet belde
de moeder van Kwens om te vragen of hij vanmiddag bij mij mocht zijn. Ik had
al ja gezegd voor ik het wist, en hoe moet dat nou? Die jongen verwacht een
kerstsfeer en ik heb zelfs geen kersttakje in huis. Ik had gisteren een kerststoll
willen bakken, maar daar is natuurlijk ook niets van gekomen, en, nou ja, daar
tobde ik dus een beetje over.'
'Zal ik helpen?'
Weer lachte de vrouw. 'Jij? Maar moet je niet naar je eigen familie vandaag?'
'Ik ben alleen. En ik kan brood bakken. Best wel goed zelfs. Hebt u echte gist?'
'Ja.'
'Dan bak ik het brood.'
Wouter keek naar de vrouw en voelde zich blij worden. Warm. Het was of ze
oude vrienden waren, of ze elkaar altijd al gekend hadden.
'Hebt u een goede plek in huis om het deeg te laten rijzen?'
'Ja! Naast het fornuis, kom maar kijken. Een ideaal plekje voor brooddeeg.'
 
Korte tijd later stond Wouter in een onbekende keuken deeg te kneden, onder-
tussen honderduit pratend met mevrouw Groenedijk.
 
 
 

 

- 10 -

Terwijl ze praatten hoorde hij een bekend geluid. Zijn telefoon. Hij veegde snel
zijn handen schoon en keek op het display.
Onbekend nummer. Laat maar bellen.
Hij legde het mobieltje op een kastje tegen de keukenwand en wilde verder
kneden, maar mevrouw Groenedijk vroeg of hij even mee naar zolder wilde.
Zij kon met haar gekneusde arm de doos met kerstspullen niet naar beneden
dragen. Wouter deed het en zette de doos op de keukentafel.
Hij kneedde het brooddeeg terwijl mevrouw Groenedijk de doos opende en er
alles een voor een uithaalde. Er waren veel papieren frutseltjes die door kleine
kinderen gemaakt leken te zijn. Maar ook waren er gekleurde kerstballen en
zilveren kerstvogeltjes, slingers van rode balletjes, een lange sliert witte lamp-
jes en zes kaarsenstandaardjes.
Maar kaarsen waren er niet.
Toen Wouter het deeg voldoende gekneed had voor de eerste keer rijzen, en de
kom met het deeg onder een vochtige theedoek op het plaatsje naast het for-
nuis gezet had, nam hij de doos mee de huiskamer in en keek daar speurend
rond.
Een kleine, gezellige kamer was dit.
Verschillende, niet bij elkaar horende stoelen stonden rondom een lage tafel en
op de vloer lagen een paar grote, bontgekleurde kussens.
Tegen de wand, vlakbij de lage tafel, probeerde een heel grote gatenplant met
zijn bovenste blad het plafond te raken.
'Ik ga even naar zolder, misschien heb ik daar toch nog ergens kaarsen liggen.'
zei mevrouw Groenedijk. Wouter hoorde haar de trap op lopen.
Snel haalde hij de doos leeg, en toen mevrouw Groenedijk een kwartier later
de kamer weer in kwam, stak hij juist de stekker van de lampjes in het stop-
contact.
Ze schoot in de lach. Een gatenplantkerstboom. Schitterend!
 
 
 

 

- 11 -

Met haar ene goede arm hielp ze de bijzondere kerstboom verder op te tuigen.
Toen het klaar was dronken ze thee en praatten over Delft, over hoe akelig het
weer was deze Kerst, over verschillende kerstvieringen die door de stad georga-
niseerd waren, en waarom zij daar geen van beiden graag naar toe gingen.
Het viel Wouter op dat ze geen persoonlijke vragen stelde, behalve dan toen ze
vertelde op zolder geen kaarsen gevonden te hebben.
'Jammer hè? Wat is nou Kerst zonder kaarsen?' zei ze, 'Woon jij hier in de
buurt, Wouter? Heb jíj er misschien een paar in huis?'
Wouter dacht na. Kaarsen...
'Nee, echt niet. Sorry.'
Ineens lichtte Wouters gezicht op. 'Toen ik daarnet hiernaartoe kwam ben ik
door het fietsentunneltje bij het station gegaan, en daar zat een vrouw op
straat kaarsen te verkopen. Zal ik er gauw heen rennen?'
'Ik heb liever dat jij verder gaat met het brood, is het zo onderhand geen tijd de
krenten en de rozijnen erdoor te kneden?'
Wouter keek op zijn horloge. Ja, inderdaad.
'Ik ga zelf wel, het is dichtbij. Maar de kans is natuurlijk groot dat ze al weg is
nu. Waren het dure kaarsen?'
'Weet ik niet meer. Ze hadden wel mooie kleuren herinner ik me. De vrouw ziet
u gelijk, ze zit aan de kant van de stationsingang. Ze heeft een baby bij zich.'
'Een baby?' mevrouw Groenedijk keek verontrust bij het idee. 'Wat erg.'
Nadenkend nam ze haar jas van de kapstok en trok die aan.
Wouter keek naar de kleurige rand onderaan de jas. Dit was de jas die ze in zijn
droom gedragen had! Zou hij haar ooit over die droom vertellen? Misschien veel
later. Nu nog niet.
Ze liep nog even naar de keuken, ging daarna naar buiten. Wouter zag
haar langs het raam lopen met een grote boodschappentas.
Hij ging terug naar de keuken, liep naar het fornuis en tilde een tip van de doek
 
 
 

 

- 12 -

omhoog. Onvoorstelbaar, wat was dat deeg gerezen! In welk blik moest hij dat
straks doen? Eerst maar eens kneden. Hij keek om zich heen. Daar lag z'n mo-
bieltje nog. Snel deed hij het in z'n zak, je bent zo'n ding kwijt voor je 't weet.
Hij droogde de gewelde rozijnen en krenten, voegde er sukade aan toe, strooide
er wat bloem overheen en roerde dat voorzichtig door elkaar. Op het aanrecht
spreidde hij het lauwe deeg uit tot een grote plak, deed daar het rozijnen-
mengsel op en vouwde alles samen.
Het kneden ging moeilijker nu. Het leek net of de rozijnen er niet in wilden
blijven zitten, ze vielen er aldoor uit. Maar het lukte uiteindelijk toch.
Nog even doorgaan. Dit ging superbrood worden!
Wouter keek op zijn horloge. Nu had hij toch echt een bakblik nodig.
Hij opende de ovendeur, de keukenkastjes.
Ha, daar zag hij wat. Pannen en bakvormen.
O, kijk! Een knots van een tulbandvorm! Zou hij die nemen? Ja!
Hij vette het blik in en verdeelde het deeg erin. Deed er ook ditmaal een
vochtige doek overheen en zette het op het warme plaatsje bij het fornuis.
Gauw opruimen, mevrouw Groenedijk zou nu vast bijna thuiskomen.
Plotseling hoorde hij een tingelende melodie uit zijn broekzak komen.
Verbaasd keek Wouter naar beneden, veegde haastig zijn rechterhand schoon
aan een keukendoek en voelde in zijn zak naar zijn telefoon.
Hij herkende dit geluid niet! Hoe kon dat?
Toen hij het mobieltje in zijn handen hield zag hij het: hij had de verkeerde. Dat
betekende dat mevrouw Groenedijk nu dus zijn telefoon in haar zak had.
Een moment aarzelde hij. Toen drukte hij op een toets en zei 'Hallo. Ik ben
Wouter, maar deze telefoon is van mevrouw Groenedijk. Kan ik de boodschap
misschien doorgeven?'
'O... ehm... ja... ik weet niet...' stamelde een meisjesstem. 'Bent u wel van
Het Groene Huis? Daar bel ik altijd mee, maar anders krijg ik altijd een mevrouw
 
 
 

 

- 13 -

aan de telefoon.'
Ze klonk zo timide, zo onzeker dat Wouter snel, voordat ze de verbinding zou
verbreken, herhaalde: 'Ja, dat zei ik net: ik kan de boodschap misschien door-
geven.'
'O ja...' Het meisje zweeg even. Wouter hoorde haar slikken. 'Sorry dat ik bel
hoor, maar ze had gezegd dat ik bellen mocht, alleen was ze er gisteren en eer-
gisteren aldoor niet, daarom probeerde ik het nu, ook al is het dan eerste Kerst-
dag. Dat is zeker een beetje stom van me, hè? Nu werkt ze natuurlijk niet.'
'Ik weet het niet precies', zei Wouter geruststellend, 'maar ik zal haar zeggen
dat u gebeld hebt, goed? Wat is uw naam?'
'Zeg maar jij hoor. Ik ben Larix, met een x. Ik heb een paar maanden geleden
voor het eerst Het Groene Huis gebeld omdat iemand van het koor me een
kaartje had gegeven met het telefoonnummer. Hij zei dat ze bij Het Groene
Huis wel naar me zouden willen luisteren. Nou, en dat was ook zo.'
'Zo'n donkerblauw kaartje? Die heb ik ook!'
'Ja. Ik was toen een beetje in de war en wist niet wat ik moest doen, maar nu
weet ik het. En dat wilde ik haar vertellen. Ik denk dat ze het graag wil weten,
dus wilt u dat doorgeven? Dat ik besloten heb in het huis te blijven wonen. Dat
is het belangrijkste. En dat ik kranten en folders ga bezorgen. Dat lijkt een stom
baantje, maar ik heb het precies uitgerekend, en het kan echt.'
'Nou... goed. Gefeliciteerd dan, of slaat dat nergens op?'
Larix lachte. 'Ja hoor, ik ben er blij mee, ik vertel haar later de rest wel. Enne...
wilt u haar fijne dagen wensen? En haar bedanken? Ik heb er heel veel aan
gehad, wat ze allemaal zei.'
'Oké! Ik vertel het haar. Prettige kerstdagen Larix!'
'U ook fijne kerstdagen.'
Wouter legde de telefoon midden op de keukentafel. Hij moest niet vergeten de
mobieltjes straks weer om te wisselen.
 
 
 

 

- 14 -

Hij keek nadenkend voor zich uit. Dit was een verhelderend telefoontje!
Een soort telefoonhulpcentrale was dit. Vandaar dat visitekaartje.
De bel.
Snel liep hij naar de deur.
Er stond een kleine vrouw die een reus van een man aan haar hand hield.
'Is mevrouw Groenedijk thuis?' vroeg ze met een hoog stemmetje.
'Nee, maar ze kan elk moment thuiskomen, wilt u even binnenkomen?'
'Nee, nee, daar heb ik geen tijd voor, maar Faye weet ervan.' zei de vrouw.
'Ik moet nu dadelijk verder, een kerstviering van Mallemarcha, daar kan ik toch
moeilijk met Kwens aan komen zetten, zeg nu zelf. En hij is zelf ook het liefste
hier.' en tot de reus naast zich; 'Tot vanavond, jongen! Ik kom je om een uur
of elf weer halen. Of anders morgen. Veel plezier!' Ze vertrok.
De man reageerde niet. Met lodderige ogen keek hij Wouter aan.
Een verstandelijk gehandicapte.
Hoe moest hij dit aanpakken?
'Mevrouw Groenedijk komt zo terug.' zei Wouter vriendelijk tegen de man.
'Kom je mee naar binnen? Lust je thee?'
De man grijnsde en knikte hevig met zijn hoofd.
Wouter nam de man bij de hand, leidde hem de kamer in en keek schattend om
zich heen. Welke stoel was geschikt voor iemand van deze afmetingen?
Maar de reus wist zelf zijn plekje wel en kroop in de hoek naast een laag bankje
waar een heel groot kussen op de grond lag.
Hij plofte erop neer en wiegde tevreden met zijn hoofd.
 
Wouter schonk twee mokken thee in. Hij ging vlak bij Kwens zitten en praatte
met hem. Hij wees naar de lichtjes in de gatenplantkerstboom, pakte er een
kerstbal uit en gaf die Kwens in handen.
Kwens lachte toen hij zichzelf in de kerstbal zag, een poosje bleven ze daar
 
 
 

 

- 15 -

mee bezig. Alles bekijken via de kerstballen.
Toen werd het tijd terug te gaan naar de keuken.
Kwens liep met Wouter mee.
Wouter zette het brood in de oven. Zette nieuwe thee.
Waarom bleef mevrouw Groenedijk toch zolang weg?
Net toen hij voor het raam wilde gaan kijken hoorde hij de deur.
Hij hoorde dadelijk dat ze niet alleen was. Nieuwsgierig keek Wouter door de
deuropening.
Daar stond de kaarsenverkoopster uit het tunneltje, met haar baby op de arm.
'Kennen jullie elkaar?' vroeg Wouter vol verbazing.
Faye lachte en kwam even de keuken in. 'Jazeker, dat wil zeggen: sinds een
half uurtje. Ik kon hen toch niet zo alleen buiten laten, Wouter!' en daarna
waarderend met haar neus omhoog: 'Wat ruikt het hier heerlijk!'
Toen stelde Faye, de kaarsenverkoopster voor aan Wouter en later ook aan
Kwens.
Noncha Moelena. Haar kind heette Kiriki.
Noncha was bang dat Kiriki ziek was, zei Faye, daarom keek Noncha zo
treurig.
Wouter keek het kind aan. Het meisje zag er inderdaad ziekelijk uit. Niet alleen
mager, maar ook veel te lusteloos voor zo'n hummeltje. Alsof het de energie
niet had om te bewegen, om zich heen te kijken of geluid te maken.
'In de kamer is het warm.' zei hij, zich afvragend of Noncha wel Nederlands
verstond. 'Ik wilde net nieuwe thee gaan zetten. Of willen jullie liever koffie?'
'Ja, graag koffie.' zei Noncha.
'Ik ook.' zei Faye. 'Ik ga eerst Noncha en Kiriki even een stoel geven, ze zijn
doodmoe, daarna kom ik je helpen.'
Wouter keek Noncha aan en zag tranen in haar ogen.
Niet van verdriet, van dankbaarheid.
 
 
 

 

- 16 -

Pratend nam Faye Noncha en de baby de kamer in.
Een uur later was het helemaal donker buiten, waardoor het binnen extra gezel-
lig leek. De lichtjes in de gatenplantkerstboom brandden en in de kerstballen
flonkerde de weerschijn van de lichtjes en de brandende kaarsen.
Noncha en Kiriki zaten op de grote stoel. Noncha's gezicht was eindelijk
ontspannen. Kiriki was wakker. Ze keek met grote ogen om zich heen. Er was
nu toch iets van levendigheid in haar ogen. Misschien deed de warmte haar
goed.
Op tafel stond een bakje margarine en twee thermoskannen. Een met koffie,
een met thee. Overal in de kamer stonden kaarsen te branden.
Faye had een oude vinylplaat opgezet, een lp.
Kerstmuziek.
En op de lage tafel stond de tulband. Hij was nog warm.
Wouter zat ervoor met een groot mes in zijn hand, zorgvuldig zaagde hij daar-
mee de tulband in gelijke parten.
De bel ging.
Faye stond op en liep naar de gang.
Wouter schepte handig met het broodmes de dampende parten krentenbrood
op de gebaksschoteltjes en zette er bij elke beker eentje neer.
De deur ging open.
Wouter keek op.
Zijn vader.
Een moment was hij verstomd van schrik, stond toen haastig op en riep
vijandig: 'Wat doe jij hier? Ik heb niks meer gedaan, hoor! Ik heb...'
'Rustig, Wouter.' zei Faye en ging naast hem staan. 'Ik ben je iets vergeten te
vertellen. Toen ik Noncha ging halen, ging de telefoon in mijn zak. Ik dacht dat
het m'n eigen telefoon was, maar ik had per ongeluk die van jou meegenomen.
Ik nam op en kreeg je vader aan de lijn.'
 
 
 

 

- 17 -

Wouters vader ging verder: 'Ik was naar je kamer gegaan, Wouter. Zo op
Kerst, ik weet niet..., ik vond het toch erg eigenlijk. Wij hebben toch alleen
elkaar, jij en ik. Ik wilde vragen of je thuis wilde komen, bij mij. Maar je was
er niet. Er woonde een andere student op je kamer, en hij wilde niet zeggen
waar je was.
Of misschien wist hij het niet. Toen belde ik je mobiele nummer, maar je nam
niet op.'
Wouter herinnerde zich dat zijn telefoon gegaan was toen hij net met het brood
begonnen was, en dat hij het nummer niet herkend had en het daarom maar
had laten gaan. Was dat zijn vader geweest? Met een mobiel nummer dat hij
niet kende?
'Toen ik het later nog eens probeerde kreeg ik mevrouw Groenedijk aan de
telefoon. Zij vroeg me hier te komen.'
'Ik ga niet mee.' zei Wouter bitter. In zijn hoofd echoden zijn vaders woorden:
'Waardeloos stuk verdriet! Je bent mijn zoon niet meer.'
'Wilt u misschien samen met ons Kerst vieren, meneer Bark? We eten macaroni
straks en dat wordt vast lekker, want Wouter gaat het klaarmaken.'
'Pa hier?' riep Wouter ontzet uit, 'O Nee! Dat dus echt niet! Ga maar naar je
mooie huis! Je vindt jezelf toch zo geslaagd in het leven? Geniet daar maar van
dan, maar laat mij met rust!'
Meneer Bark keek om zich heen.
De eigenaardige kerstboom, het kaarsengeflonker, de eenvoudige kamer, de
Afrikaanse vrouw met een kind op schoot. De verstandelijk gehandicapte man
die met grote, angstige ogen toekeek, die vriendelijke vrouw met de mitella, en
daar, op tafel, dat grote brood. Die prachtige tulband.
Meneer Bark glimlachte en wees ernaar. 'Heb jij die gebakken?'
Onwillekeurig toch met trots zei Wouter: 'Ja.'
'Wilt u misschien ook een stukje?' vroeg Faye vriendelijk.
 
 
 

 

- 18 -

'Graag.'
Wouter wierp een woedende blik naar Faye, maar zei niets.
Meneer Bark ging op de bank zitten, vlak naast de stoel waar Noncha en Kiriki
zaten.
'Boos, boos!' mompelde Kwens, heen en weer wiegend, zijn ogen donker van
angst, zijn blik strak naar Wouter gericht.
'Nee, Kwens, ik ben niet boos meer.' stelde Wouter hem gerust. 'Tenminste...
ik wist niet dat hij hier zou komen, zie je. Die meneer, dat is mijn vader...'
Wouters vader vulde aan: 'En die jongen, dat is mijn zoon.'
Even was het stil in de kamer.
Wouter en zijn vader keken elkaar aan.
Langzaam kwam er een glimlach op Wouters gezicht.
'Niet boos meer!' herhaalde Kwens.
Faye schonk koffie en thee in.
Ze aten en dronken en luisterden naar de muziek.
Stille nacht, heilige nacht...
 
 
 

 
Een kerstverhaal voor kinderen is: 'Wees welkom!'.
 
E-boekenhuis.com interviewde Margriet over het schrijven van e-books.
 
 

 
Wat zou het mooi zijn als alles op internet gratis te downloaden was...
Maar hoe komen componisten, dichters en schrijvers dan aan een inkomen?
Via het
vrijwillige donatiesysteem.
 

 


 
Volg de ontwikkeling van het boek 'De Troostlelie' met Follow MargrietVerbeek on Twitter
(Komt uit in 2011)
 

 
PDF van bovenstaand kerstverhaal
 
Gratis Nederlandse verhalen voor e-bookreader
 
Info over het boek: 'De Verlorenen'
 
Info over het boek: 'De Troostlelie'
 
Bladmuziek van kerstliedjes
 
Homepage van deze site
 
Kerst e-Cards
 
Kerstpagina, een startpagina van 'Goed Begin'
 
Perfectlinks Kerstpagina
 
Startpagina vol Kerstverhalen
 
E-mail naar Margriet Verbeek
 
 
Tot ziens!

URL:http//www.margrietverbeek.nl/kerstverhaal.html
© 2008 - 2010 by Margriet Verbeek
ALL RIGHTS RESERVED