
- 6 -
Verward kijkt Amy vanaf de ingang naar de honderden mensen in de winkel.
Warm is het hier, en het ruikt lekker naar worst. Mmmm! Amy krijgt er honger
van. Iedereen is druk bezig, niemand lijkt hier tijd voor haar te hebben. Of toch?
Die man met die grote snor achter die tafel, daar in de hoek, die staat daar
helemaal alleen. Wat doet hij? Langzaam loopt Amy naar hem toe. Het is een
man met een grijze jas aan. Werkt hij in de Hema, of is hij een klant? Nee, hij
werkt hier, kijk maar, hij doet spullen in dozen.
'Meneer?'
'Wat moet je?'
'N… niks meneer. Ik wou alleen weten waar de geldbomen liggen.'
'Wat zeg je?'
'De geldbomen, meneer. Die wou ik graag.'
'Zit je me nou in de maling te nemen, meidje? Waar is je moeder?'
'Thuis, meneer. Maar de geldboom is wel voor mijn moeder. Die wou ze graag,
want dan hoeft mijn tante niet in mijn bed te slapen, en… O! O, pas op!' Terwijl
Amy praat valt Madeintje op de grond, en zet een langslopende man zijn grote
schoen boven op Madeintjes kop.
'Pas op, pas op! U staat op Madeintje!' Amy trekt, de man deinst verschrikt
achteruit, haalt zijn schouders op en loopt verder. Amy rent naar de man bij de
dozen, half snikkend van de schrik.
'Kom maar hier meidje, zo erg is het niet. Wat heb je daar? Een pop?'
'Nee, dat is Madeintje. Dat is mijn cavia. Die neem ik altijd mee, maar ik liet
haar vallen.'
'Nou, nou, kijk eens aan, ze mankeert niets, zie je wel? Alleen een veeg op d'r
kop, dat poets je er zo weer af. Hoe noem je dat beest? Madden?'
'Nee, Madeintje. Zo heet ze. Dat zei Toby. Toby kan lezen, en achter haar
ene oor staat haar naam, kijk maar.' Amy wijst naar de lettertjes op het plastic
plaatje vlak achter Madeintjes kop. 'China is haar achternaam. Zo noem ik haar
|