Welkom op Margriets site!
Klik hier om een overzicht van deze site te vinden.
 

 
KINDER-KERSTVERHAAL - 'WEES WELKOM!'
 
'Wees Welkom!' is het verhaal over het kleine meisje Amy met haar
knuffel Madeintje. Amy is op zoek naar en heel bijzonder cadeau voor
haar moeder, en gaat daarvoor in haar eentje winkelen in de stad...
 
Voorlezen
Het kost ongeveer 20 minuten om 'Wees Welkom' voor te lezen.
 
Printen
Klik PDF voor een versie in A5-formaat.
Stel bij de printinstelling in dat er twee bladzijden op een pagina moeten
komen, dan komt het goed uit en is het prettig leesbaar.
 
Indien de PDF het niet doet:
Ga met de muis op de link staan, klik dan met de rechtermuisknop
en kies 'Koppeling opslaan als' uit het keuzemenuutje. Sla de PDF
op in een map of op je bureaublad. Daarna kun je die PDF openen
in Acrobat Reader.
   Lukt dit ook niet, download dan de nieuwere versie van de
Adobe Reader (Gratis).
 
Grote letters
Wie de tekst graag in grote letters heeft kan het per pagina op A4
afdrukken.
 
Downloaden voor een e-bookreader
Wil je dit verhaal op je e-bookreader lezen, ga dan naar de
pagina met gratis e-books.
 
Margriet Verbeek
 

 
Wees Welkom!

Een Kinderkerstverhaal - auteur: Margriet Verbeek
 
 
'Ik wil niet bij Toby slapen! Ik wil niet!'
   Amy stampt met haar ene voet op de grond. Haar moeder zucht, hurkt neer
en kijkt Amy aan. 'Zo erg is het toch niet, Amy? Een paar nachtjes bij je grote
broer! Dan mag je natuurlijk ook een beetje later naar bed! Tante Polly moet
toch ook ergens slapen? Je zal eens zien hoe aardig ze is! En na nieuwjaar mag
je weer terug naar je eigen kamer, dat weet je toch?'
   'Tante Polly moet maar in een andere kamer slapen. Niet in mijnes!'
   'We hebben geen andere kamer, Amy. Dat weet je best.'
   'Dan moeten we een ander huis hebben, met meer kamers erin!'
   'Goed dame! Als jij weet waar het geldboompje groeit, mag je het zeggen,
dan kopen we dadelijk een villa!'
   'Als… als tante Polly komt, dan lo… loop ik gewoon weg!' Amy snikt, slikt en
knikt fel met haar hoofd. 'Ik ben boos op jou! En Madeintje ook!'
   'Dat moet dan maar.' Amy’s moeder staat weer op. Ze heeft het druk. Er moet
nog zoveel gebeuren voordat alles klaar is voor de feestdagen, en dan nu ook
nog een logee. Snel trekt ze de lakens van Amy’s bed. Ze ziet niet eens dat
Amy Madeintje van onder haar bed pakt en ermee naar beneden gaat.
 
Amy staat voor het raam naast de voordeur. Ze ziet auto’s langsrijden, bussen
en af en toe de tram. Veel fietsers zijn er ook. Het is een drukke weg.
 
 
 

 

- 2 -

Amy neemt Madeintje in haar armen. 'Ik ben boos!' zegt ze tegen de cavia.
   'Ga je mee, Madeintje? Dan gaan we weg. Dan gaan we een geldboom zoe-
ken, want als we die hebben, koopt mama een viela en dan hoeft tante Polly
niet in mijn bed te slapen.'
   Madeintje zegt niks, maar Amy ziet toch dat ze heel zachtjes met haar hoofd
knikt. Zie je wel! Madeintje wil mee!
   Amy legt Madeintje even op de grond. Ze pakt haar jas en knoopt hem zorg-
vuldig dicht. Moet Madeintje ook een jas aan? Amy vraagt het, maar Madeintje
is helemaal van dat wollige jassenspul gemaakt, dan heb je het niet koud, dat
is nogal wiedes. Voorzichtig trekt Amy de deur open en glipt naar buiten. Ze
duwt de deur een beetje dicht, maar trekt hem niet helemaal in het slot.
Anders zou mama het misschien horen en dan roept ze haar terug. Als Amy
voor het huis staat, rent ze hard naar het speeltuintje. Daarvandaan kan ze
door het gangetje tussen de huizen door naar Michelle, haar vriendinnetje uit
groep twee, en daarachter is de grote weg met de stoplichten. Daar wil ze
heen, want aan de overkant van de grote weg zijn de winkels.
 
Bij de stoplichten staan veel mensen. Allemaal grote mensen of grote kinderen.
Amy kijkt om zich heen en ziet benen, benen, waar ze maar kijkt. Wel duizend
benen. Benen met jassen erom, of benen in dikke broeken gestoken. Benen
met laarzen eraan, en benen met schoenen. Gezichten ziet ze niet. Die zijn te
hoog. Amy voelt zich erg klein, zo tussen al die benen. Ze drukt Madeintje wat
vaster tegen zich aan. Maar ze is niet bang. Natuurlijk niet. Iemand die groot
genoeg is om weg te lopen omdat ze een geldboom zoekt, is heus niet bang
als ze een poosje bij een stoplicht moet wachten! Dan beginnen alle benen
opeens te lopen en Amy begrijpt dat het licht op groen staat. Ze gaat mee naar
de overkant. Hier is de winkelstraat. Amy kent deze straat wel, maar ze is hier
nooit eerder alleen geweest. De straat is mooi versierd omdat het morgen
 
 
 

 

- 3 -

Kerstfeest is. Overal gekleurde lampjes en kerstbomen met ballen erin. Uit de
luidsprekers klinkt kerstmuziek. Heel vrolijk klinkt dat. Het is erg druk bij de
winkels en in de straat. Waar moet ze nou beginnen met zoeken? Dan lacht ze.
Bij de kerstbomen-meneer natuurlijk! Samen met Madeintje rent ze ernaartoe.
 
'Kerstbomen-meneer, weet u misschien waar de geldbomen zijn?'
   'De geldbomen? Nee, dat weet ik niet, waarom vraag je dat?'
   'Mijn moeder wil er graag een hebben.'
   'Nou, dat noem ik nog eens een kerstcadeau! Maar helaas, ik heb alleen kerst-
bomen. Zou een gewoon klein boompje misschien iets voor je zijn? Voor vijftien
euro heb je er een, zeg dat maar aan je moeder.'
   'Ik zal het zeggen.'
   'En hoor eens, hier heb je van mij een takje van een geldboom. Ha, ha, ha!
Kijk 'es? Is dat niet mooi?'
   De man trekt een tak van een afgekeurde kerstboom af en wikkelt er een
kapotte, zilveren slinger omheen. De bolletjes aan het eind lijken wel wat op
kleine geldstukken. Hij gaat op zijn hurken zitten en geeft de tak aan Amy.
   Amy lacht blij terwijl ze de tak aanneemt.
   'Dank u wel, meneer!'
   'Graag gedaan, meisje! En als je een geldboom gevonden hebt, wil je het
mij dan laten weten? Een geldboompje in de achtertuin lijkt mij persoonlijk ook
wel een goed idee! Ha, ha, ha!'
 
Amy loopt verder met de tak in haar hand.
   'Waar moeten we nu naar toe, Madeintje? Zullen we het aan iemand anders
vragen?' Madeintje knikt van ja, dus stapt Amy op een mevrouw af die op een
bank zit uit te rusten. Naast haar staat een volle tas. Amy ploft bij haar neer
en vraagt: 'Mevrouw, weet u misschien waar ik een geldboom kan krijgen?'
 
 
 

 

- 4 -

   'Wat zeg je nu toch, kind! Een geldboom? Hoe kom je daar nu bij?'
   'Het is voor mijn moeder. Zij wil er graag een hebben.'
   'Waar is je moeder dan?'
   'Thuis.'
   'Ben je hier helemaal alleen?'
   'Ja, maar ik woon hier vlakbij, ik ga straks weer naar huis.'
   'Doe het maar gauw, lieverd. Het is niets gedaan, een kind alleen op straat,
zo midden in de stad.'
   'Maar ik wil eerst de geldboom vinden.'
   Nu begint de mevrouw te lachen.
   'Een geldboom! Nee, het spijt me, meisjelief, een geldboom heb ik niet. Was
het maar waar! Maar wil je misschien een appeltje?' Ze bukt en graait in haar
tas. Amy neemt een kleine, rode appel aan en doet hem in haar jaszak.
   'Dank u wel, mevrouw!'
   'Eet hem maar lekker op, hoor schat. En ga nu maar gauw naar huis toe. En
hoor eens, als je ergens een geldboompje weet te groeien, kom je het me dan
vertellen? Hi, hi, hi, jij bent me er eentje!'
 
   'Kijk eens, Madeintje, nu heb ik al twee dingen gekregen: een tak van de
kerstbomen-meneer, en een appel van een lieve mevrouw. Maar ze weten niet
waar de geldboom is. Jammer, hè?'
   Amy loopt verder. Ze begint het koud te krijgen. Madeintje zit ook al te
bibberen. Amy doet Madeintje een beetje onder haar jas. Madeintje mag niet
ziek worden. Dan kijkt ze zoekend om zich heen. Een kopjeswinkel, een winkel
met kleren, een winkel met schoenen, een winkel waar je ijsjes kan kopen en
een kapper. Wie zou nu weten waar je geldbomen kan krijgen? Amy loopt een
zijstraat in en gaat aan het eind daarvan een grote brug over. Daar, midden
op de brug, staat een groep jongens. Amy loopt naar ze toe.
 
 
 

 

- 5 -

   'Weten jullie waar je geldbomen kan kopen?'
   'Wat zeg je?'
   'Weten jullie waar de geldbomen zijn?'
   'Hé, Nadim, kom eens hier, moet je horen wat dat grietje vraagt! Weet jij
misschien waar geldbomen verkocht worden?'
   'Je bent gek!'
   'Nee, echt, dat vraagt ze, hoor zelf maar.'
   Amy draait zich om en zegt beleefd tegen de grotere jongen: 'Ja, meneer, ik
zoek een geldboom.'
   'Ha, ha, ha! Wie niet, kippie! Wie niet! En wat heb je daar? Alvast een tak van
de geldboom?'
   'Ja, meneer. Van de kerstbomen-meneer gekregen. En een appel van een
lieve mevrouw.'
   'En van mij krijg je ook iets voor in je boom, kijk maar!' Een van de jongens
grabbelt in zijn zak en geeft Amy een grote kastanje. De kastanje is oud, ziet
Amy, hij is al een beetje gerimpeld en glimt niet meer. Maar Amy zegt toch:
'Dank je wel!'
   'Hé, wat krijgen we nou, ben ik geen meneer?'
   Amy lacht. 'Nee, alleen die grote is een meneer!'
   'Zo, Akram, nou hoor je 't ook eens van een ander!' plaagt de grootste
jongen, en dan weer tegen Amy: 'Als ik jou was, zou ik eens in de Hema
gaan vragen. Daar verkopen ze haast alles, daar hebben ze vast geldbomen.'
   'Echt?'
   'Ja, echt!' De jongens lachen schaterend.
   Amy loopt door, zwaait naar ze en hoort ze nog schreeuwen en lachen,
als ze al voor de ingang van de Hema staat.
 
'Wat moeten we nu doen, Madeintje? Aan wie moeten we het vragen?'
 
 
 

 

- 6 -

Verward kijkt Amy vanaf de ingang naar de honderden mensen in de winkel.
Warm is het hier, en het ruikt lekker naar worst. Mmmm! Amy krijgt er honger
van. Iedereen is druk bezig, niemand lijkt hier tijd voor haar te hebben. Of toch?
Die man met die grote snor achter die tafel, daar in de hoek, die staat daar
helemaal alleen. Wat doet hij? Langzaam loopt Amy naar hem toe. Het is een
man met een grijze jas aan. Werkt hij in de Hema, of is hij een klant? Nee, hij
werkt hier, kijk maar, hij doet spullen in dozen.
   'Meneer?'
   'Wat moet je?'
   'N… niks meneer. Ik wou alleen weten waar de geldbomen liggen.'
   'Wat zeg je?'
   'De geldbomen, meneer. Die wou ik graag.'
   'Zit je me nou in de maling te nemen, meidje? Waar is je moeder?'
   'Thuis, meneer. Maar de geldboom is wel voor mijn moeder. Die wou ze graag,
want dan hoeft mijn tante niet in mijn bed te slapen, en… O! O, pas op!' Terwijl
Amy praat valt Madeintje op de grond, en zet een langslopende man zijn grote
schoen boven op Madeintjes kop.
   'Pas op, pas op! U staat op Madeintje!' Amy trekt, de man deinst verschrikt
achteruit, haalt zijn schouders op en loopt verder. Amy rent naar de man bij de
dozen, half snikkend van de schrik.
   'Kom maar hier meidje, zo erg is het niet. Wat heb je daar? Een pop?'
   'Nee, dat is Madeintje. Dat is mijn cavia. Die neem ik altijd mee, maar ik liet
haar vallen.'
   'Nou, nou, kijk eens aan, ze mankeert niets, zie je wel? Alleen een veeg op d'r
kop, dat poets je er zo weer af. Hoe noem je dat beest? Madden?'
   'Nee, Madeintje. Zo heet ze. Dat zei Toby. Toby kan lezen, en achter haar
ene oor staat haar naam, kijk maar.' Amy wijst naar de lettertjes op het plastic
plaatje vlak achter Madeintjes kop. 'China is haar achternaam. Zo noem ik haar
 
 
 

 

- 7 -

nooit.' De man kijkt, bijt op zijn snor, en met een stem alsof hij eigenlijk lachen
moet, zegt hij: 'Ja, ja, ik zie het. Ahum. Madein dus. Madeintje. Nou, kom eens
hier, mormeltje, dan maak ik je weer mooi.'
   Met een doek wrijft hij over Madeintjes kop totdat de vlek bijna weg is. 'En
wat wou je nou verder? Een boom? In de Hema? Een geldboom? Ha, ha, ha!
Een geldboom! Meidje, meidje, jij bakt ze bruin. Nee, geldbomen hebben we
hier niet.'
   'Bent u de baas van de Hema?'
   'Welnee! Ik ben de rommel aan het opruimen, dat zie je toch? Kijk maar, dit
zijn afgekeurde producten. Die gaan terug naar de fabriek.'
   Amy kijkt in de dozen. Niet alleen rommel zit daar in, ook mooie spullen.
   De man pakt er iets uit. 'Kijk eens, ik heb wat voor je knuffelbeest, voor als
ze de kou weer in moet. Een babysjaal. Zou dat wat zijn, denk je?' Zorgzaam
knoopt de man een lichtgeel, wollen dasje om Madeintjes groene nek.
   'Mooi!' roept Amy. 'Mag Madeintje dat echt houden?'
   'Ja hoor! Veel plezier ermee! Enne… succes met je speurtocht naar de geld-
boom! Ha, ha! En denk aan mij als je er eentje vindt!'
   Amy gaat de winkel uit. Wat lijkt het koud te zijn als je uit de warme winkel
komt! En het begint al zo donker te worden.
 
Amy aarzelt. Waar zal ze nu eens heen gaan? Naar huis? Weet ze nog hoe ze
lopen moet? Ja! Ja, ze weet het nog. Maar eerst wil ze nog heel eventjes verder
zoeken. Daarna zal ze terug gaan. 'Vind je dat goed, Madeintje?' vraagt ze.
Madeintje geeft geen antwoord, maar ze kijkt Amy zo vriendelijk aan dat Amy
denkt dat dat hetzelfde betekent als ja. Een poosje vergeet Amy naar de geld-
boom te zoeken. Er is zoveel te zien op straat. Een kraam met speelgoed waar
een dikke kerstman achter staat. 'Ho, ho! Ho, ho! Iets moois kopen doe je zó!'
zingt hij. Amy moet om hem lachen en dan knipoogt hij naar haar. Daarna ziet
 
 
 

 

- 8 -

ze vier mensen met rode kleren aan en rode mutsen op hun hoofd. Ze zingen
kerstliederen. 'Komt allen tezamen' en 'Nu zijt wellekome'. Amy kent die liedjes
ook. Ze zingt ze zachtjes mee. De rode zangers delen al zingend papiertjes uit
aan iedereen die langsloopt. Amy krijgt er ook een. En kijk daar! Daar zit een
mevrouw op een dik kussen, zomaar op straat. Ze pakt steeds iets uit een
grote tas en geeft dat aan de mensen, maar Amy ziet niet wat het is. De
mevrouw praat hardop over Kerstmis. 'We moeten 'wees welkom!' leren zeggen.
Wees welkom!' roept ze naar de mensen. 'Kom mensen, zeg het me na! Wees
welkom in dit huis! Wees welkom in dit land! Wees welkom in de herberg. Wees
welkom, wees welkom!' Als ze Amy ziet stopt ze even met roepen. Ze vraagt
zachtjes aan Amy waar haar moeder is. 'Vlakbij!' zegt Amy. Dan geeft de
mevrouw Amy ook iets uit haar tas. Amy kijkt ernaar. Het is een kleine kerstbal
met een elastiekje eraan. De mevrouw helpt Amy om het om haar pols te binden.
Nu is het een kerstarmbandje. 'Wees welkom!' zegt Amy tegen de mevrouw om
te laten horen dat ze goed geluisterd heeft daarnet. De vrouw lacht en Amy
loopt weer verder.
 
Bovenop een brug staat een kraam waar kerstkoekjes gebakken worden.
Daar ruikt het zo lekker. Amy gaat tussen de mensen staan en ziet hoe de een
na de ander een zak koek aanpakt. De man in de kraam kijkt haar plotseling
recht aan en vraagt wat ze wil. 'Eh… eh… ik zoek een boom…' stottert ze ver-
schrikt. De mensen om haar heen lachen. 'Je hebt al een flinke tak te pakken,
zie ik', zegt de man. 'Ja, die heb ik van de kerstbomen-meneer gekregen. En
een appel van een lieve mevrouw. En een kastanje van een jongen op straat,
en een das voor Madeintje van de Hema-meneer. En een papiertje van de rode
zingmensen, en een kerstbal voor om mijn arm van de wees-welkom-mevrouw.
Maar niemand weet waar de geldbomen zijn, en die zoek ik juist, want mijn
moeder wil er een hebben.'
 
 
 

 

- 9 -

   De mensen lachen steeds harder. De man in de kraam gaat verder met een
volgende klant, maar een vrouw die net klaar is met haar boodschap, neemt
Amy even mee.
   'Waar zijn je vader en moeder?' vraagt ze.
   'Thuis', zegt Amy.
   'Ga jij nu ook maar gauw naar huis, kind. Het wordt al zo donker, jij hoort
binnen te zijn, bij je moeder. Doe je het?'
   'Ja, mevrouw.'
   'Zal ik je even brengen?'
   'Nee, nee, dat hoeft niet, ik weet wel waar het is. Ik ben al haast thuis, echt
waar.'
 
Dat is wat Amy denkt. Maar is het ook zo? Als ze teruggelopen is en een
zijstraat ingegaan, dan komt ze niet meer bij de brug die er daarnet nog was.
Nu zijn er opeens andere straten. Amy gaat een hoek om. Wat is het donker!
Wat is het koud! Madeintje bibbert helemaal onder Amy's jas. Madeintje wil ook
graag naar huis. En Amy heeft er spijt van dat ze tegen die mevrouw zei dat ze
de weg wel wist. Was er maar iemand die haar naar huis wilde brengen…
   Amy draait zich om en loopt weer terug. Daar zijn de winkels weer, maar het
zijn opeens andere winkels geworden, hoe kan dat nou? Toch loopt ze er heen.
Misschien kan ze daar de Hema weer vinden. En de stoplichten bij de grote weg.
   Het begint te regenen. Koude regen. Pluizige regen. Op Amy's jas komt een
wit laagje, maar de straten blijven donker, nat en glimmend in het licht van de
straatlantaarns. Er zijn hier niet veel mensen, maar aan de overkant van de weg
ziet Amy een mevrouw. Haar haar is wit van de natte sneeuw. Ze loopt lang-
zaam en trekt een grote tas op wieltjes achter zich aan. Amy kijkt naar haar.
Zou ze aan die mevrouw vragen of zij de weg naar de Hema weet. Of de grote
weg met de stoplichten?
 
 
 

 

- 10 -

   'Mevrouw!' schreeuwt Amy. 'Mevrouw!', maar de mevrouw hoort haar niet.
   Amy steekt over, en net als ze vlakbij haar is en opnieuw 'Mevrouw!' wil
roepen, komt er een groep tieners aanstormen. Ze maken veel lawaai. Twee
van hen roetsjen op een skateboard, de anderen rennen er gillend omheen.
   De jongen op het skateboard botst tegen de grote tas van de mevrouw.
De mevrouw valt ondersteboven en haar tas barst open. Alle spullen vallen
eruit en verspreiden zich op de natte straat.
   Vlakbij Amy's voeten liggen mooi ingepakte cadeautjes. Vierkante dozen
en bultige pakken, met glimmend papier eromheen en vuurrode strikken er
bovenop.
   Amy kijkt verschrikt toe. Ze weet niet wat ze moet doen. Maar de grote
jongens en meisjes zijn ook geschrokken, en ze helpen de mevrouw. Gelukkig!
   De mevrouw bibbert een beetje, ze zit op de stoep naast haar tas. Maar
dan lacht ze naar het grote meisje dat haar helpt en ze zegt: 'Fijn, jongens,
dat jullie me helpen. Ik was even bang dat ik beroofd werd! Maar het was een
ongelukje, anders niet.'
   Amy neemt haar geldbomentak in dezelfde arm waarmee ze Madeintje vast-
houdt, propt het papiertje van de zangers in haar jaszak en raapt dan ook een
pakje op. Ze loopt ermee naar de mevrouw.
   'Kom, jongen, trek jij me eens overeind!' zegt de mevrouw tegen de jongen
van het skateboard. Hij doet dat, en dan lachen ze allemaal. Waarom? Nergens
om. Alleen maar omdat ze blij zijn dat niemand zich bezeerd heeft. De mevrouw
gaat op een laag muurtje zitten aan de kant van de weg, en samen met de
grote jongens en meisjes stopt ze alles weer in haar tas. Amy geeft haar het
pakje dat ze van de straat geraapt heeft. 'Dank je, meisje', zegt de mevrouw
vriendelijk, en dan, terwijl ze Amy aankijkt: 'wat heb jij daar een mooie tak!'
   Amy gaat naast de mevrouw zitten, leunt een beetje tegen haar aan.
'Die heb ik van de kerstbomen-meneer gekregen', vertelt ze dan, 'en een appel
 
 
 

 

- 11 -

van een lieve mevrouw, kijk maar!' Ze haalt hem uit haar zak. 'En een kastanje
van de grote jongens, en een das voor Madeintje van de Hema-meneer omdat
het zo koud is buiten. En een papiertje van de rode zingmensen, en een
kerstbal van de wees-welkom-mevrouw.'
   'Zo, zo', zegt de mevrouw en ze kijkt Amy heel goed aan. Dan lacht ze
opeens. 'Hoe heet jij, meisje? Zal ik eens raden? Heet jij misschien Amy?'
   Amy kijkt verbaasd en knikt van ja.
   De mevrouw lacht nog meer. Ze zoekt in het zijvakje van haar tas. Daar
zit een mapje in met foto's. Ze pakt het eruit en laat het Amy zien. Het zijn
foto's van papa, mama, Toby en haarzelf!
   'Ik ben tante Polly', zegt de mevrouw. 'Kwam jij mij ophalen? Dat is lief van
je! Maar ben je helemaal alleen gekomen? Weten ze thuis wel dat je hier bent?'
   Amy schudt van nee.
   'Niet?'
   'Nee.'
   'Hoe kan dat dan?'
   'Ik was weggelopen.'
   'Weggelopen?'
   'Ja.'
   'Waarom?'
   Amy aarzelt. Verlegen haalt ze haar schouders op.
   De grote tieners hebben alle spullen weer in de tas gekregen en proberen nu
de ritssluiting dicht te doen. Dat lukt niet. De ritssluiting is kapot. Een van
de jongens heeft een touw in zijn zak. Hij bindt daarmee de tas dicht. Daarna
gaan ze bij Amy en tante Polly zitten. Twee op het muurtje en drie op de
stoep. Ze lachen, ze duwen en plagen elkaar, maar ze luisteren ook naar Amy
en haar tante.
   'Ik was boos', zegt Amy kleintjes. 'En Madeintje ook. En ik wou een geldboom
 
 
 

 

- 12 -

zoeken.'
   'Een geldboom?'
   'Ja. Voor mama. Maar ik kon er geen vinden.'
   'Wil jouw mama dan zo graag een geldboom hebben?'
   'Jaha, want dan kan ze een viela kopen en dan hoeft u niet in mijn bed te
slapen. Want dat wou ik niet.'
   De jongens en meisjes op het muurtje en op de stoep stoten elkaar lachend
aan en herhalen: 'Dat wou ik niet! Oeioei!'
   'Dus jij bent weggelopen omdat ik kwam?'
   'Ja.'
   'Zal ik dan maar weer dadelijk teruggaan? Dan kan jij in je eigen bed
slapen. Dat vind je veel fijner.'
   'Nee', zegt Amy zacht.
   Tante Polly pakt een mobieltje uit haar zak en begint te bellen. Even
later hoort Amy haar moeders stem. Ze kan het bijna verstaan. Het klinkt
heel blij. Tante Polly staat op. De tieners lachen en roepen 'Dag mevrouw!
Dag Amy!' als ze wegrennen.
 
Tante Polly en Amy lopen samen door de lange straat, maar nog voordat ze
bij de stoplichten gekomen zijn, komen Amy's vader en moeder al aanlopen
En Toby. Ze zijn erg blij om Amy te zien, want toen papa en mama merkten
dat Amy weg was, waren ze erg ongerust geworden.
   Ze doen hun armen heel stijf om Amy heen, en pas daarna zoenen ze
tante Polly. Ze lachen en ze praten. Zo lopen ze naar huis.
   Amy is een beetje stil. Ze denkt na. Tante Polly is heel lief. Tante Polly
mag best in haar bed slapen. Amy wil best bij Toby slapen. Ze denkt en
denkt en denkt…
   Dan zijn ze bij de voordeur. Amy kijkt tante Polly aan. 'Wees welkom!'
zegt ze en de grote mensen lachen.
 
 
Margriet Verbeek 2009
 
E-books om te printen, online te lezen of in e-bookreaderformaat:
www.margrietverbeek.nl/ebooks.html
 
 
 

 
Een kerstverhaal voor tieners of volwassenen is: 'Kerst in het Groene Huis'.
 
E-boekenhuis.com interviewde Margriet over het schrijven van e-books.
 
 

 
Wat zou het mooi zijn als alles op internet gratis te downloaden was...
Maar hoe komen schrijvers en componisten dan aan een inkomen?
Via het
vrijwillige donatiesysteem.
 

 
 
Ik wil wel een donatie overmaken, maar niet via PayPal...
 


 
Volg de ontwikkeling van het boek 'De Troostlelie' met
Follow MargrietVerbeek on Twitter
(Komt uit in 2011)
 

 
Kerst
 
Tijno's Kerstlinks
 
Kerstdagen Uw Pagina
 
PDF van bovenstaand kerstverhaal
 
Andere verhalen van Margriet Verbeek
 
Info over het boek: 'De Verlorenen'
 
Info over het boek: 'De Troostlelie'
 
Bladmuziek van kerstliedjes
 
Homepage van deze site
 
E-mail naar Margriet Verbeek
 
 
Tot ziens!

URL:http//www.margrietverbeek.nl/kerst_kind.html
© 2009 - 2010 by Margriet Verbeek
ALL RIGHTS RESERVED